In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
Werkgever: De natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een onderneming uitoefent zoals bedoeld in artikel 01.01.
Werknemer: Degene die een arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek heeft met een werkgever als bedoeld onder artikel 01.02 sub a. Als werknemer in de zin van deze CAO wordt niet beschouwd de stagiair.
Dienstrooster: Een schriftelijke arbeidstijdregeling die aangeeft op welke tijdstippen de werknemer zijn werkzaamheden aanvangt, onderbreekt en beëindigt.
Functievolwassen leeftijd: Werknemers met een leeftijd van 22 jaar of ouder.
Jeugdige werknemers: Werknemers met een leeftijd van 21 jaar of jonger.
Medezeggenschapsorgaan: De ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.
BW: Burgerlijk Wetboek.
Feestdagen: Nieuwjaarsdag, 2e Paasdag, Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag, beide Kerstdagen, Koninginnedag en 5 mei.
Ouders en kinderen: In deze CAO zijn aan ouders en kinderen gelijk gesteld stief- en pleegouders en stief- en pleegkinderen.
Arbeidsgehandicapte: Persoon met structureel functionele beperkingen.
Handelsvertegenwoordiger: Ieder die in dienst van de werkgever in hoofdzaak en regelmatig bemiddeling verleent bij het tot stand komen van overeenkomsten inzake koop en verkoop tussen personen, die hij daartoe pleegt te bezoeken, en de werkgever mits hij als zodanig is aangesteld.
Zaterdaghulp: Een werknemer die uitsluitend werkzaamheden verricht op zaterdag.
Stagiair: Persoon die in het kader van een opleiding, op basis van een met de werkgever afgesloten stagecontract, in de beroepspraktijk participeert met het oog op het verkrijgen van beroepsvaardigheid.
Vakantiejaar: de periode van 1 mei t/m 30 april.
Jaarloon: 12 x het feitelijk loon per maand of 52,2 x het feitelijk loon per week.
Maandloon: Het loon bij een fulltime dienstverband als opgenomen in bijlage II of het overeengekomen hoger maandloon.
Weekloon: Het loon bij een fulltime dienstverband als opgenomen in bijlage II of het overeengekomen hoger weekloon.
Uurloon: 1/38 deel van het weekloon of 1/165,3 deel van het maandloon.
Feitelijk loon: Het door werkgever en werknemer overeengekomen bruto loon.
BTER-loon: Bedrijfstakeigenregeling-loon; zie bijlage IX.