Het vakantiejaar loopt van 1 mei tot en met 30 april.
De werknemer met een voltijds dienstverband heeft per jaar recht op ten minste 190 vakantie-uren op basis van dit dienstverband.
De werknemer met een deeltijd dienstverband heeft recht op een aantal vakantie-uren naar evenredigheid van de duur en omvang van het dienstverband.
Vanaf 1 januari 2011 heeft de werknemer met een dienstverband bij dezelfde werkgever, te rekenen vanaf de 22-jarige leeftijd, recht op extra vakantie-uren naar de volgende maatstaf:
bij 12,5-jarig dienstverband
7,6 uur
bij 25-jarig dienstverband
15,2 uur
Overgangsregelingen
de afspraken in dit lid vervallen per 1 januari 2011. De werknemer in de leeftijd van 55 t/m 64 jaar heeft tot en met 31 december 2010 recht op extra vakantie- uren naar de volgende maatstaf:
55 jaar t/m 56 jaar
15,2 uur
57 jaar
22,8 uur
58 jaar
30,4 uur
59 jaar
38,0 uur
60 jaar
45,6 uur
61 jaar t/m 64 jaar
53,2 uur
De tot 1 januari 2011 opgebouwde extra vakantie-uren blijven in stand. Voor werknemers die recht hebben op de in dit lid genoemde extra vakantie-uren geldt dat zij geen recht hebben op extra vakantie-uren genoemd in lid 4 van dit artikel.
De werknemer met een langdurig dienstverband bij dezelfde werkgever heeft, te rekenen vanaf de 22-jarige leeftijd, met behoud van loon recht op extra vakantie-uren naar de volgende maatstaf:
bij 10 jaar
7,6 uur
bij 20 jaar
15,2 uur
bij 25 jaar
22,8 uur
Deze uren en de uren genoemd in lid 5.a4 van dit artikel bedragen maximaal 53,2 uur. De afspraken in dit lid zijn vervallen per 1 augustus 2007. Opgebouwde rechten tot 1 augustus 2007 blijven gehandhaafd.
Werknemers geboren vóór 1-1-1947 hebben recht op 1 roostervrije dag per 4 weken indien zij in de 10 voorafgaande kalenderjaren ten minste in elk jaar in dienstverband in de sector Groothandel in Bloembollen (voorheen Bloembollenbedrijf) gewerkt hebben, in de 10 voorafgaande kalenderjaren ten minste 260 weken en in het laatste voorafgaande kalenderjaar ten minste 26 weken. In afwijking van het bepaalde in lid 4 van dit artikel geldt voor werknemers die in aanmerking komen voor de in dit lid genoemde roostervrije dagen het volgende: Werknemers in de leeftijd van 57 t/m 64 jaar hebben recht op extra vakantie-uren en wel naar de volgende maatstaf:
57 t/m 59 jaar
7,6 uur
60 jaar
15,2 uur
61 jaar
22,8 uur
62 jaar
30,4 uur
63 jaar
38,0 uur
64 jaar
45,6 uur
Vakantie-aanspraken van een werknemer, die slechts een deel van het vakantiejaar in dienst van een werkgever is (geweest) worden naar evenredigheid toegekend.
De werkgever stelt de tijdvakken van de vakantie tijdig en in overleg met de werknemer zodanig vast, dat het bedrijfsbelang niet wordt geschaad en dat redelijkerwijze wordt tegemoetgekomen aan de wensen van de werknemer.
De werknemer van wie de vakantieaanspraken daartoe toereikend zijn, kan een vakantie opnemen van 3 weken. De werknemer kan, in overleg met de werkgever, eenmaal per 2 jaar een aaneengesloten vakantie opnemen van ten hoogste 6 weken, mits de vakantie-aanspraken daartoe toereikend zijn.
Bij arbeidsongeschiktheid of ongeval worden slechts vakantierechten verworven over de laatste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid. De duur der onderbrekingen wordt tezamen geteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 31 dagen opvolgen.
De aanspraak op vakantie ontstaat jaarlijks op 1 mei en verjaart na verloop van 5 jaar. Indien bij de beëindiging van het dienstverband meer dan wel minder vakantierechten heeft genoten dan hem overeenkomstig deze CAO toekomt, wordt het verschil met de werknemer verrekend.