© Colland, Anthos, FNV en CNV


CAO voor de Groothandel in Bloembollen

Bedrijfspensioenfonds (V)

Voor werknemers in de agrarische bedrijfstak geldt de pensioenregeling van het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL). De regeling wordt uitgevoerd door Syntrus Achmea Pensioenbeheer.
 
De pensioenregeling is met ingang van 1 januari 2007 ingrijpend gewijzigd. Hieronder vindt u de hoofdlijnen van de regeling. Als u na 1950 bent geboren en u werkte al voor 1 januari 2007 in de agrarische bedrijfstak dan zijn er waarschijnlijk overgangsmaatregelen voor u getroffen. Deze worden in uw jaarlijkse pensioenoverzicht nader uitgelegd. Als u meer informatie wilt over uw persoonlijke situatie, raden wij u aan contact op te nemen met het Klant contact Center, telefoonnummer 0900 - 1656565 (€ 0,025 p/m).
 
Werknemers die 21 jaar of ouder zijn en in dienst komen bij een agrarische onderneming beginnen meteen met hun pensioenopbouw. De pensioenopbouw stopt als de werknemer buiten de bedrijfstak gaat werken of met pensioen gaat.
 
Pensioen bij het BPL kan bestaan uit:

  • ouderdomspensioen (vanaf 65 jaar tot overlijden); 
  • partnerpensioen (uitkering voor de partner als de werknemer overlijdt); 
  • reparatie Anw-gat (een aanvulling op het partnerpensioen); 
  • wezenpensioen (uitkering voor de kinderen tot 18 jaar als de werknemer overlijdt); 
  • arbeidsongeschiktheidspensioen (een aanvulling op de WAO-uitkering).

Ouderdomspensioen
Elk jaar wordt 2% pensioen opgebouwd. Dit gebeurt niet over uw salaris maar over uw salaris min een bepaald bedrag (in 2009 € 12.006,- op jaarbasis). Hierdoor wordt er rekening gehouden met het feit dat u vanaf uw 65ste ook een AOW-uitkering van de overheid krijgt.
De pensioenregeling kent een bepaald maximumloon tot waar pensioen wordt opgebouwd. De grens daarvoor wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en ligt voor 2009 op € 47.802,15. Over het deel van het loon dat boven deze grens komt, wordt binnen deze regeling geen pensioen opgebouwd.

Hoeveel pensioen er in totaal wordt opgebouwd, is afhankelijk van de hoogte van het loon, hoe lang de werknemer meedoet aan de regeling, en het soort pensioenregeling. De pensioenregeling van het BPL is een middelloonregeling: een regeling waarbij elk jaar een vast percentage aan pensioen wordt opgebouwd. Het pensioen wordt niet automatisch waardevast gehouden, maar verhoogd wanneer het bestuur daartoe besluit.

Standaard gaat het ouderdomspensioen in op de eerste dag van de maand waarin de werknemer 65 jaar wordt. Maar werknemers kunnen onder voorwaarden al vanaf 60 jaar met pensioen gaan. De pensioenuitkering wordt dan wel lager omdat het over een langere periode moet worden uitgekeerd. Het ouderdomspensioen gaat uiterlijk op 65 jaar in. Dan stopt ook de pensioenopbouw.


Partnerpensioen
Als een werknemer overlijdt, heeft zijn of haar partner normaal gesproken recht op partnerpensioen. Vanaf 1 januari 2007 bedraagt het partnerpensioen 70% van het ouderdomspensioen. Dit was ook het geval in de pensioenregeling vóór 2002. Tussen 2002 en 2007 was het partnerpensioen op risicobasis verzekerd. Het partnerpensioen bedroeg toen 64% van het ouderdomspensioen. Uw partner kon toen alleen aanspraak maken op een partnerpensioen wanneer u kwam te overlijden terwijl u nog pensioen opbouwde in het fonds.

Vlak voor de pensioendatum kan het partnerpensioen (deels) worden uitgeruild voor ouderdomspensioen. Dit kan ook als de deelname aan de pensioenregeling wordt beëindigd. Uitruil van partnerpensioen is een optie als iemand alleenstaand is, maar ook als de partner zelf een inkomen of pensioen heeft. Voor uitruil is altijd schriftelijke toestemming van de partner vereist. Hiermee komt het recht op (dat deel van het) partnerpensioen te vervallen.


Bij overlijden kan een ex-partner recht hebben op bijzonder partnerpensioen. Dit wordt in mindering gebracht op het partnerpensioen van de eventuele huidige partner. Het bijzonder partnerpensioen is vanaf 1 januari 2007 ook van toepassing als iemand ongehuwd, niet-geregistreerd samenwoont. De werknemer is dan verplicht om de beëindiging van de samenwoning schriftelijk bij het pensioenfonds te melden en daarvan een bewijs te overleggen. Het bijzonder partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tot de datum waarop het huwelijk, partnerschap of de (niet-geregistreerde) samenwoning is beëindigd.
Let op: tussen 2002 en 2007 was het partnerpensioen op risicobasis verzekerd. Dit betekent dat het partnerpensioen niet werd opgebouwd, maar alleen verzekerd was. Er is dus geen recht op partnerpensioen over die periode.


Reparatie ANW-gat
Deze regeling biedt een aanvulling op het partnerpensioen. Als een werknemer vóór pensionering komt te overlijden en zijn of haar partner geen of gedeeltelijk recht heeft op een Anw-uitkering van de overheid maar recht had op een AWW-uitkering, kan de partner in aanmerking komen voor reparatie van het Anw-gat. Deelnemers aan de pensioenregeling zijn hiervoor automatisch verzekerd.
Meestal ontvangt het pensioenfonds bericht van de gemeente als een deelnemer is overleden. De partner wordt dan automatisch geïnformeerd over het partnerpensioen en de regeling voor reparatie van het Anw-gat.
 
Wezenpensioen
Bij overlijden van een werknemer hebben zijn kinderen onder bepaalde voorwaarden recht op wezenpensioen. Met 'kinderen' wordt bedoeld: wettige en natuurlijke kinderen én pleegkinderen .
Het wezenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand na het overlijden en bedraagt 20% van het partnerpensioen. Het wezenpensioen eindigt als het kind 18 jaar wordt, of overlijdt. Recht op wezenpensioen heeft het kind tussen de 18 en de 27 jaar zolang het kind vanwege onderwijs of beroepsopleiding geen ruimte heeft om in het eigen onderhoud te voorzien.


Arbeidsongeschiktheidspensioen
Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt geleidelijk afgebouwd en geldt alleen voor werknemers die nu een WAO-uitkering ontvangen.

Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met het Klantcontact center, telefoonnummer 0900 - 1656565 (€ 0,025 p/m) of kijk op www.bplpensioen.nl.

In deze bijlage worden enkele belangrijke bepalingen vermeld. Deze zijn echter niet volledig en aan deze mededelingen kunnen geen rechten worden ontleend.

 




  • Links (1)
    • Pensioenfonds BPL
  • CAO Actueel
  • Inleiding
  • Voorwoord
  • 01. Definities
    • 01.01 Werkingssfeer
    • 01.02 Begripsomschrijving
  • 02. Verplichtingen
    • 02.01 Organisaties
    • 02.02 Werkgever
    • 02.03 Werknemer
    • 02.04 Vakbondsfaciliteiten
  • 03. De Arbeidsovereenkomst
    • 03.01 Arbeidsovereenkomst
    • 03.02 Beperkte toepassing
    • 03.03 Overgang AO
    • 03.04 Beëindiging dienstverband
    • 03.05 Gelegenheidswerk
    • 03.06 Arbeid voor derden
  • 04. Arbeidsduur en Arbeidstijden
    • 04.01 Diensttijd en werkvenster
    • 04.02 Overwerk
    • 04.03 Zon- en feestdagen
    • 04.04 Vertegenwoordigers
  • 05. Vakantie en Verlof
    • 05.01 Vakantie
    • 05.02 Kort verzuim met loon
    • 05.03 Kort verzuim zonder loon
    • 05.04 Calamiteiten e.a.
    • 05.05 Palliatief- en rouwverlof
  • 06. Beloning
    • 06.01 Functie-indeling
    • 06.02 Loon
    • 06.03 Loonsverhoging
    • 06.04 Overuren en toeslagen
    • 06.05 Betaling op feestdagen
    • 06.06 Betaling en -specificatie
    • 06.07 Vertegenwoordigers
    • 06.08 Fiscale regelingen
  • 07. Overige financiële regelingen
    • 07.01 Vakantietoeslag
    • 07.02 Afstandsvergoeding
    • 07.03 Jubileumuitkering
    • 07.04 Uitkering bij overlijden
  • 08. Studiefaciliteiten
    • 08.01 Scholingsverlof
  • 09. Arbeidsongeschiktheid
    • 09.01 Ziekmelding en controle
    • 09.02 Betalingen en regres
    • 09.03 Verzuimbegeleiding
    • 09.04 Wachtdagen
    • 09.05 Vervallen van rechten
  • 10. Overige sociale bepalingen
    • 10.01 Pensioenregeling
    • 10.02 Aanvulling bij ziekte en AO
    • 10.03 Sociale fondsen
  • 11. Uitzendbureau's
    • 11.01 Uitzendbureaus
  • 12. Slotbepalingen
    • 12.01 Opschorten en wijzigen
    • 12.02 Beroep tegen indeling
    • 12.03 Dispensatie
    • 12.04 Geldigheidsduur
    • 12.05 Strijdige bepalingen
  • Bijlagen
    • Referentiefunctieraster (I)
    • Loonschalen en berekening (II)
    • Protocol (III) bepalinge
    • Vervroegde uittreding en NP (IV) (SUWAS I)
    • Bedrijfspensioenfonds (V)
    • Sazas (VI)
    • Suwas II (VII)
    • Afspraken Colland (VIII)
    • Loonsom voor heffingen (IX)
    • Paritaire commissie (X)
    • Adressen (XI)
Employee Benefits